Airco - Hoe werkt het



Luchtkoeling

Op gewone zomerdagen kan de temperatuur in het interieur van een niet rijdende auto al oplopen tot 40° C. Op hoofdhoogte is zelfs een temperatuur mogelijk van 50° C en meer. Men krijgt het er dus behoorlijk warm van.
Ook gezondheidsstoornissen zijn in een enkel geval niet uit te sluiten. De ‘menselijke thermostaat’ heeft moeite met het reguleren van het evenwicht tussen de opname en afgifte van warmte.

Airconditioning in de auto is het enige effectieve middel, om ook onder extreme omstandigheden warmteophopingen in de personenauto te voorkomen. De optimale temperatuur in de auto ligt tussen 23° C en 27° C. Door gebruik te maken van de recirculatiestand wordt dit proces nog versneld.

Luchtzuivering

Op een mooie voorjaarsdag komt men al snel in de verleiding met open ramen en/of schuifdak te gaan rijden. In deze tijd van het jaar komen echter onvermijdelijk (behalve de gebruikelijke schadelijke stoffen) ook pollen en stuifmeel het interieur van de auto binnen.

Vooral voor de steeds groter wordende groep mensen die allergisch zijn, of last hebben van astma, vormt dit een ernstig probleem. Tranende ogen, sterk geïrriteerde slijmvliezen of zelfs ademnood zijn dikwijls optredende symptomen. Maar ook bij mensen die hier geen last van hebben kunnen niet-specifieke prikkels zoals koude tocht, stof, uitlaatgassen en sigarettenrook de oorzaak zijn van het afnemen van het concentratievermogen. Ook hier brengt airconditioning op effectieve wijze uitkomst.

Luchtdroging

In de herfst en winter komen gevaarlijke “blinde vluchten” vaak voor in het verkeer. Van binnen beslagen autoruiten zijn de reden van slecht zicht. Oorzaken hiervan zijn lage buitentemperaturen en een hoge relatieve luchtvochtigheid in combinatie met de uitgeademde lucht van de inzittenden. Vochtige, warme interieurlucht slaat neer op de koude autoruiten en condenseert.

Het is minder bekend dat airconditioning in de auto het vochtgehalte van de interieurlucht reguleert. De wat droger gemaakte lucht in het interieur heeft het vermogen, vocht uit het interieur van het voertuig op te nemen, zonder te condenseren.
Zelfs onder ongunstige omstandigheden, zoals een personenauto helemaal bezet met natgerende passagiers, zijn de ruiten zo binnen korte tijd te ontwasemen. Uitstekend zicht naar alle kanten is te allen tijde gegarandeerd.

Opbouw van een airconditioningsysteem

Ieder airconditioningsysteem bestaat uit de volgende hoofdonderdelen:

1. compressor;
2. condensor;
3. filterdroger;
4. expansieventiel/orifice tube;
5. verdamper

Het koudemiddel neemt beurtelings de aggregatietoestanden vloeibaar en gasvormig aan. De werking van airconditioningsysteem wordt bepaald door de faseovergangen, en de afgifte en onttrekking van warmte die daarbij optreden.
De druk in het airconditioningsysteem is van cruciaal belang voor het goed functioneren van het systeem.


Het airconditioningsysteem kan verdeeld worden in twee gedeelten:

• de hoogedrukzijde
• de lagedrukzijde

De hogedrukzijde

Verdampt koudemiddel afkomstig van de verdamper in het interieur van de auto wordt inde compressor samengedrukt tot damp met hoge temperatuur. Dit wordt vervolgens (samen met de smeerolie) naar de condensor getransporteerd.

De druk die in de condensor heerst heet hoogdruk of persdruk

Wanneer de hoge druk/temperatuur damp door de condensor stroomt wordt de warmte afgegeven aan de veel koelere buitenlucht. Het koudemiddel condenseert tot een hoge druk/temperatuur vloeistof.

De hoge druk/temperatuur vloeistof wordt vervolgens getransporteerd door de filter/droger naar het expansieventiel, die de druk verlaagd en het koudemiddel in de verdamper laat stromen waar het verdampt.

De lagedrukzijde

Het koudemiddel komt onder lage druk/temperatuur vloeibaar de verdamper binnen. In de verdamper neemt het verdampende koudemiddel warmte op uit de interieurlucht. Deze lucht wordt dus koud.

De druk die in de verdamper heerst heet lagedruk of zuigdruk.

De hoogte van deze druk is bepalend op welke temperatuur het koudemiddel verdampt. Deze druk is afhankelijk van de doorlaat van het expansieventiel en de aanzuigcapaciteit van de compressor. Het verdampte (gasvormige) koudemiddel wordt vervolgens de compressor ingezogen.

Hierna herhaalt de cyclus zich